Buitengewoon opsporingsambtenaar

Uit Wiki handhaving

(Doorverwezen vanaf BOA)
Ga naar: navigatie, zoeken

Een Buitengewoon opsporingsambtenaar (voorheen Onbezoldigd Ambtenaar van politie) is in Nederland een functionaris die is belast met de opsporing van een specifieke groep van strafbare feiten en daartoe de nodige bevoegdheid heeft.

Inhoud

Wet- regelgeving

Op grond van het Wetboek van Strafvordering (artikel 142 lid 1 onder c) kunnen(a) functionarissen die op grond van een bijzondere wet worden belast met de opsporing van de bij die wet strafbaar gestelde feiten en (b) functionarissen die belast zijn met het toezicht op de naleving van bij verordening strafbaar gestelde feiten, worden beëdigd tot buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA). De bevoegdheid van gewone opsporingsambtenaren berust op artikel 141.

Dit artikel dateert uit 1994. Voordien berustten de bevoegdheden op allerlei afzonderlijke regelingen.


Het College van Burgemeester en Wethouders kan op grond van de Gemeentewet personen aanwijzen als toezichthouder. Als voor de handhaving van feiten, strafbaar gesteld in verordeningen zoals de Apv een bevoegdheid als buitengewoon opsporingsambtenaar noodzakelijk is, kan hiervoor een verzoek bij Justitie worden ingediend. Na toetsing van noodzaak, betrouwbaarheid en bekwaamheid zal beëdiging kunnen plaatsvinden. De opsporingsbevoegdheid beperkt zich dan tot de verordeningen waarvoor deze personen zijn aangewezen door het bevoegde gezag op grond van de Gemeentewet. APV-controleurs kunnen als ambtenaar in dienst zijn van een gemeente of door de gemeente worden ingehuurd bij een particulier bedrijf. Naast de APV-controleurs zijn er ook andere BOA-categorieën, zoals de Flora- en Faunabeheerder, de parkeercontroleur, de milieuopsporingsambtenaar, de controleur openbare ruimte en de gemeentelijke opsporingsambtenaar. Elke categorie kent eigen opsporingsbevoegdheden.

Soorten Boa's

Soorten bijzondere opsporingsambtenaren Personen die de BOA-status hebben zijn onder andere:

  • APV-controleurs
  • AID-ambtenaren
  • Brandweercommandanten
  • Brugwachters
  • Boswachters
  • Conducteurs
  • Controleurs vaarwegen
  • Flora- en Fauna beheerder
  • Inspecteurs dierenbescherming
  • Jachtopzichters
  • Leerplichtambtenaren
  • Marktmeesters
  • Medewerker bouw- en woningtoezicht
  • Milieuopsporingsambtenaren
  • Medewerkers van de Arbeidsinspectie
  • Opsporingsambtenaren van de FIOD-ECD
  • Parkeercontroleurs
  • Scheepvaartmeesters
  • Sociale Rechercheurs
  • Tunnelwachters

Bevoegdheden

De bevoegdheden verschillen per BOA. De akte van opsporingsbevoegdheid van een buitengewoon opsporingsambtenaar bepaalt of deze bepaalde politiebevoegdheden (veiligheidsfouillering en geweldgebruik) heeft en welke geweldsmiddelen deze ambtenaar mag gebruiken.

Een buitengewoon opsporingsambtenaar kan een proces-verbaal op ambtseed opmaken, dat een grotere bewijskracht heeft dan een schriftelijke verklaring van een willekeurige burger.

Aanvraagprocedure

Indien een organisatie besluit om BOA’s in te zetten, zal een aanvraag voor het verkrijgen van de gewenste opsporingsbevoegdheid moeten worden ingediend bij het Ministerie van Justitie. Op de website van het Ministerie van Justitie staat de BOA-aanvraagprocedure beschreven.


Noodzaak, betrouwbaarheid en bekwaamheid

Onderdeel van de procedure is een toets naar de noodzaak, betrouwbaarheid en bekwaamheid van de BOA. De bekwaamheid blijkt uit het met goed gevolg hebben afgelegd van een door de Minister van Justitie goedgekeurd examen. Het examen bestaat uit een theoriedeel (meerkeuzevragen) en uit een praktijkdeel (het schrijven van een eenvoudig proces-verbaal). Het examen dient elke vijf jaar te worden herhaald, voorafgaand aan de aanvraag van een akte van opsporingsbevoegdheid. De betrouwbaarheid van een (beoogd) buitengewoon opsporingsambtenaar wordt getoetst aan de verklaring omtrent het gedrag en aan het uittreksel uit de Justitiële documentatiedienst. Is betrokkene betrouwbaar dan wordt er advies gevraagd aan de Hoofdofficier van Justitie (toezichthouder) en de korpschef van de regiopolitie (direct toezichthouder) om de noodzaak te toetsen. Opsporingsbevoegdheid wordt namelijk slechts verleend indien wordt aangetoond dat de gevraagde opsporingsbevoegdheid noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie van de desbetreffende persoon of de dienst en een beroep op de reguliere politie voor het uitoefenen van de opsporingsbevoegdheden bezwaarlijk, niet mogelijk of niet wenselijk is.

Als op basis van de adviezen en toetsen de beoordeling van de aanvraag positief uitvalt dan wordt een akte van opsporingsbevoegdheid/beëdiging opgesteld. De Dienst Justis, de instantie van het Ministerie van Justitie die voor de uitvoering van deze procedure verantwoordelijk is, stelt dat verzoeken binnen vier maanden moeten zijn afgehandeld. Er dient daarom rekening gehouden te worden met een minimale doorlooptijd van een half jaar tussen moment van aanvraag en beëdiging.

Externe links

Gerelateerde onderwerpen

Persoonlijke instellingen