Bestuursdwang

Uit Wiki handhaving

Ga naar: navigatie, zoeken

De bestuurlijke sanctie "bestuursdwang" wordt in artikel 5:21 van de Algemene wet bestuursrecht als volgt gedefinieerd:

“het door feitelijk handelen door of vanwege een bestuursorgaan optreden tegen hetgeen in strijd met bij of krachtens enig wettelijk voorschrift gestelde verplichtingen is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten”. Het feitelijk handelen omvat onder meer het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen, of het treffen van maatregelen om verdere nadelige gevolgen van de overtreding te voorkomen.

Kenmerkend voor bestuursdwang is dat dit opgelegd kan worden aan een ieder die het in zijn macht heeft de overtreding te doen eindigen. Schuld aan de overtreding is dus geen vereiste. De kosten kunnen enkel verhaald worden op de overtreder.

Het uitoefenen van bestuursdwang is dus zuiver gericht op het feitelijk in overeenstemming brengen met de geldende voorschriften van een onwettige situatie. Dit heeft dus een herstellende werking en heet daarom “reparatoire sanctie”. Bestuursdwang kan dus aangezegd worden naast het opleggen van een punitieve sanctie zoals bijvoorbeeld de bestuurlijke boete of strafrechtelijk proces-verbaal. Bestuursdwang en dwangsom ten aanzien van dezelfde overtreding kunnen niet tegelijkertijd worden opgelegd. Het uitoefenen van bestuursdwang kan geschieden op kosten van de overtreder. De kosten die met de bestuursdwang gepaard gaan kunnen vervolgens middels dwangbevel worden ingevorderd.

Bij bijzondere wet wordt de bevoegdheid tot het uitoefenen van bestuursdwang aan een bestuursorgaan toegekend. De Gemeentewet kent in artikel 125 aan het gemeentebestuur een algemene bevoegdheid toe tot het uitoefenen van bestuursdwang. De wijze waarop bestuursdwang moet worden uitgeoefend is te vinden in afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Zie ook onder aanschrijving.

Op grond van artikel 18.8 van de Wet milieubeheer behoort tot de uitoefening van bestuursdwang in ieder geval mede de bevoegdheid de maatregelen te treffen die nodig zijn om verdere nadelige gevolgen van de betrokken overtreding voor het milieu te voorkomen, ze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Voor zover deze maatregelen betrekking hebben op een inrichting kunnen zij er in ieder geval toe strekken het oprichten van de inrichting stil te leggen, de inrichting geheel of gedeeltelijk buiten werking te stellen of te doen stellen, haar te verzegelen dan wel hetgeen zich in de inrichting bevindt, te verzegelen of te verwijderen. Voorafgaand aan het toepassen van bestuursdwang dient aan de overtreder het hiertoe strekkende besluit schriftelijk te worden medegedeeld: de bestuursdwangbeschikking. In de beschikking moet wel een redelijke begunstigingstermijn zijn opgenomen. Dit behoudens spoedeisende gevallen. Indien optreden van gemeentewege geen uitstel kan leiden vanwege de vereiste spoed, kan van het stellen van een termijn worden afgezien en kan de beschikking ook achteraf op schrift gesteld worden.

Het is mogelijk gebruik te maken van het retentierecht.

Externe links

Gerelateerde onderwerpen

Persoonlijke instellingen