Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
Uit Wiki handhaving
De Eerste Kamer heeft op 23 september 1992 de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren aangenomen. De Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) is een kaderwet en heeft betrekking op de zogeheten ‘gehouden’ dieren. In de wet worden drie soorten van deze dieren onderscheiden: huisdieren (die worden in de wet gezelschapsdieren genoemd), landbouwhuisdieren en exotische dieren. Voor de verschillende soorten dieren zijn de regels soms anders uitgewerkt.
De uitvoering van de wet wordt bij AMvB’s geregeld. AMvB’s die uitvoering geven aan EU-regelgeving en die betrekking hebben op het dierwelzijn, krijgen voorrang.
Dierenbescherming en de meldingen over landbouwhuisdieren worden primair behandeld door de Algemene Inspectiedienst
Landbouwhuisdieren die in kleine aantallen hobbymatig zoals schapen, geiten, varkens of runderen worden door de AID afgehandeld maar dieren zoals paarden, pony’s ezels en kippen of ander pluimvee kunnen door de LID worden afgehandeld (zie onder dierenbescherming).
Externe links
- wettekst Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
- Handhavingsdocument Gezondheids- en welzijnswet voor dieren
