Handhavingsstijlen
Uit Wiki handhaving
Met handhavingsstijlen wordt gedoeld op de verschillende manieren van optreden in de handhaving. De stijl hangt af van organisatiecultuur, het onderwerp van overtreding, de norm die overtreden wordt, de mate van naleving, de doelgroep en allerlei omgevingsfactoren. Een stijl van optreden moet passen binnen de visie op de handhaving en het gewenste effect.
Inhoud |
Soorten stijlen
We onderscheiden de volgende stijlen:
- Verleiden of afschrikken?
- Principieel of pragmatisch?
- Overheid of nevenheid?
Verleiden of afschrikken?
Verleiden ligt meer in de preventieve sfeer. Bij verleiden gaat het om het belonen van goed gedrag, bijvoorbeeld het uitreiken van Bob-sleutelhangers aan nuchtere bestuurders bij alcoholcontroles. Daarnaast gaat het bij verleiden om het stimuleren van nalevingsgedrag, bijvoorbeeld door het verstrekken van subsidies bij de invoering van nieuwe maatregelen of door het nemen van fysieke maatregelen, zoals het leggen van drempels in de weg om te hard rijden moeilijker te maken. Ook het plaatsen van afvalbakken is een vorm van verleiden tot naleving. Bij afschrikken gaat het meer om het afdwingen van naleving door (het dreigen met) bestraffing van slecht gedrag. Afschrikken hangt sterk samen met repressie. Het optreden met boetes bij geconstateerde overtredingen is een voorbeeld.
Principieel of pragmatisch?
Bij principieel handelt de overheid vanuit de filosofie: ‘overtreders van regels moeten bestraft worden, ‘koste wat het kost’. Vergelding staat daarbij centraal. Een principiële aanpak is vaak erg uniform, in de zin dat op overtreding altijd eenzelfde straf volgt, ongeacht dader of omstandigheden. Bij een pragmatische benadering gaat het om het praktisch haalbare, het meest zinvolle, binnen de gegeven omstandigheden. Hier is maatwerk de aangewezen weg. De overheid zal per geval en per situatie bekijken wat de juiste maatregel is. Hierbij gaat het om het bevorderen van naleving en draagvlak, door bijvoorbeeld de regels uit te leggen en een waarschuwing te geven. Niet elke overtreder en overtreding vereisen dezelfde aanpak. Neem bijvoorbeeld een wildplassende kleuter en een wildplassende volwassene. Bij deze overtredingen zou een handhaver in theorie onderscheid kunnen maken.
Overheid of ‘nevenheid’?
Bij dit dilemma gaat het om een bovengeschikte of nevengeschikte opstelling van de overheid. Staat de overheid als sturend orgaan boven de burger, kan en moet zij de naleving van wet en regelgeving afdwingen? En is zij ook als enige bevoegd om straffen op te leggen? Of staat zij als ‘nevenheid’ naast de burger om wetten en regels uit te leggen en naleving beter mogelijk te maken? Bij ‘nevenheid’ is het beleidsdoel meer een gezamenlijke verantwoordelijkheid van overheid en samenleving, of zelfs een eigen verantwoordelijkheid van burgers binnen de door de overheid gestelde bredere kaders. Het kan soms politiek wenselijk zijn om handhaving niet meer over te laten aan de overheid, maar om burgers en bedrijven zelf de verantwoordelijkheid te geven om elkaar aan te spreken op gedrag. Dit heeft gevolgen voor de handhaving door de overheid: als een regel niet wordt nageleefd, grijpen beleidsmakers en handhavers niet meer rechtstreeks in. De aandacht wordt dan verlegd van controle en bestraffing door de overheid naar het bieden van mogelijkheden voor burgers en bedrijven zelf om de controlerende rol te vervullen.
Het bepalen van de stijl aan de hand van deze dilemma’s is niet een kwestie van het één of het ander. De stijlen zijn geschetst als uitersten. Afhankelijk van de omstandigheden zal men in de handhaving moeten kunnen ‘laveren’ tussen het ene en het andere uiterste. Dit is tijd, domein én plaats afhankelijk.
Bron
Bron: ‘Laveren tussen Scylla en Charybdis, over de toekomst van handhaving’, Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving van het ministerie van Justitie, mei 2005
