Milieuvergunning

Uit Wiki handhaving

Ga naar: navigatie, zoeken

Als een bedrijf niet onder het Activiteitenbesluit of een andere AMvB valt, moet het bedrijf een milieuvergunning aanvragen. Een milieuvergunning moet worden aangevraagd aanvragen als iemand een bedrijf,

  • wil oprichten
  • in werking wilt laten treden
  • wil veranderen( tenzij deze veranderingen in overeenstemming zijn met de reeds verleende vergunning en bijbehorende voorschriften)

Het Activiteitenbesluit is niet van toepassing op zgn. IPPC-inrichtingen. Het gaat dan in de regel om grote bedrijven uit de zware industrie. IPPC-inrichtingen zijn hoe dan ook vergunningplichtig.

Ook vergunningplichtig blijven de zgn. C-inrichtingen, die opgesomd staan in bijlage 1 van het Activiteitenbesluit. Voorbeelden zijn bepaalde offset-drukkerijen, afvalverwerkings- en waterzui-veringsinrichtingen, inrichtingen voor de vervaardiging of opslag van (milieu)gevaarlijke stoffen, inrichtingen waarbinnen een elektromotorisch vermogen van meer dan 15 MW aanwezig is, inrich-tingen voor de vervaardiging van metalen, en spoorwegemplacementen. In de milieuvergunning worden specifieke voorschriften opgenomen. Op deze inrichtingen kunnen trouwens, afhankelijk van de activiteiten die binnen de inrichting plaatsvinden, ook voorschriften uit het Activiteitenbe-sluit van toepassing zijn; het gaat dan om activiteitspecifieke voorschriften en de voorschriften voor de directe lozingen op het oppervlaktewater.

Als geen sprake is van een vergunningplichtige C-inrichting, dan bepaalt artikel 1.2 van het Activi-teitenbesluit of sprake is van een A-inrichting. Het gaat dan om activiteiten die niet of weinig rele-vant zijn voor het milieu. De A-inrichtingen hebben een licht regime: deze inrichtingen hoeven bij oprichting of wijziging geen melding (meer) te doen. Te denken valt bijvoorbeeld aan kantoren, banken, kinderopvanggebouwen, detailhandel en bejaardentehuizen. Voor deze inrichtingen gel-den hoofdstuk 2 en een deel van hoofdstuk 3 van het Activiteitenbesluit.

Bevoegd gezag

Als vuistregel kunt u aanhouden dat een bedrijf voor de vergunning bij de provincie moet zijn in de volgende situaties:

  • Het gaat om een inrichting voor gebruik, opslag, verwerking van grote volumes brandstoffen, milieugevaarlijke stoffen, vuurwerk, dierlijke (mest)stoffen.
  • Het gaat om een inrichting voor de verwerking en op- en overslag van grote hoeveelheden landbouwproducten als melk, suikerbieten, granen.
  • Het gaat om een inrichting voor de verwerking van onder andere ertsen, metalen.
  • Het gaat om een inrichting voor de opslag en verwerking van afval - huishoudelijk en bedrijfsafval -, autowrakken en schroot.

Het ministerie is bevoegd gezag bij alle terreinen en opslagplaatsen die betrekking hebben op de krijgsmacht.

Persoonlijke instellingen