Opsporing
Uit Wiki handhaving
Opsporing is het instellen van een onderzoek naar strafbare feiten ter voorbereiding van strafvorderlijke beslissingen. Het verrichten van opsporingsactiviteiten kan in Nederland slechts onder gezag van het Openbaar Ministerie door de politie of een daartoe aangewezen bijzondere opsporingsdienst plaatsvinden. Opsporing wordt dan ook niet gerekend tot de interveniërende taak van een toezichthouder.
Bijzondere Opsporingsdiensten opereren in het domein van de handhaving van ordeningswetgeving nagenoeg met uitsluiting van andere mogelijkheden vanuit de strafrechtelijke invalshoek. De positie van de vier bijzondere opsporingsorganen van respectievelijk de ministeries van Financiën, Sociale Zaken en Werkgelegenheid, Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu en Landbouw, Natuurbeheer en Visserij zal in een Wet Bijzondere Opsporingsdiensten worden verankerd. Naast de vier bijzondere opsporingsdiensten in de strikte zin van het woord beschikken sommige inspectiediensten over een beperkte opsporingsbevoegdheid als ultimum remedium.
Conform het kabinetsbeleid zoals verwoord in het kabinetsstandpunt over de bijzondere opsporingsdiensten (TK 1999-2000, 26955, nr.1) moet een helder organisatorisch onderscheid gemaakt worden tussen bijzondere opsporingsdiensten primair gericht op strafrechtelijke rechtshandhaving en inspecties primair gericht op bestuurlijke rechtshandhaving met een beperkte opsporingsbevoegdheid. Het gebruik van het strafrecht vindt pas plaats als ultimum remedium indien de bestuurlijke wegen niet effectief zijn gebleken. Voor dit doel heeft de betreffende ambtenaar van de inspectie de beschikking over een beperkte opsporingsbevoegdheid als buitengewoon opsporingsambtenaar.
Bron: BZK (2001): De kaderstellende visie op toezicht
