Wet OM-afdoening
Uit Wiki handhaving
De Wet OM-afdoening biedt de Officier van Justitie, en benoemde anderen zoals opsporingsambtenaren en bestuursorganen, de mogelijkheid een bestuurlijke strafbeschikking uit te vaardigen.
Bevoegdheid
De bevoegdheid om een strafbeschikking op te leggen, bestaat in beginsel in alle gevallen waarin de officier van justitie vaststelt dat een overtreding dan wel een misdrijf is begaan waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf is gesteld van maximaal zes jaar. De bevoegdheid zorgt voor het buitengerechtelijk afdoen van strafbare feiten. Belangrijk hierbij is dat waar de transactiebevoegdheid nog instemming van de verdachte nodig had, de strafbeschikking eenzijdig kan worden opgelegd. De officier legt op en kan de strafbeschikking tegen de wil van de verdachte effectueren. Het procesinitiatief is daarmee bij de verdachte komen te liggen. Indien een verdachte het namelijk niet eens is met de opgelegde strafbeschikking, dient hij in verzet te komen bij het OM. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen anderen, zoals de gemeenten, waterschappen en provincies, de bevoegdheid krijgen om een strafbeschikking uit te vaardigen. Deze bevoegdheid wordt uitgeoefend binnen de richtlijnen vastgesteld door het College van Procureurs-Generaal van het Openbaar Ministerie.
Externe links
- Openbaar Ministerie op Wikipedia
- Website Openbaar Ministerie
- Website bestuurlijke strafbeschikking van het Servicecentrum Handhaving
