Wet op de economische delicten

Uit Wiki handhaving

Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet op de Economische Delicten (WED, 22 juni 1950) is een kaderwet, die een opsomming bevat van economische misdrijven en overtredingen. Deze opsomming is zeer divers. Een boer die de mestwetgeving overtreedt kan bijvoorbeeld op basis van de Wet op de Economische Delicten vervolgd worden. Maar ook een overtreding van milieu-wetgeving, het vuurwerkbesluit, de Woningwet of de Tabakswet kan een economisch delict zijn. Berechting op grond van de Wet op de Economische Delicten vindt meestal plaats bij de economische politierechter of de economische kamer van de rechtbank. In veel gevallen kan het voorkomen dat de straf voor een delict op basis van de WED hoger is dan de straf op basis van de overige wetgeving, zoals hierboven genoemd.

De WED is derhalve speciaal in het leven geroepen om delicten waarmee fors economisch voordeel kan worden behaald met een daarop toegesneden strafrechtelijk regime en sanctiemiddelen te kunnen aanpakken.

Behalve een opsomming van misdrijven en overtredingen bevat de Wet op de Economische Delicten ook bepalingen over de straffen die opgelegd kunnen worden. Afhankelijk van de ernst van het delict kan dit oplopen tot maximaal 6 jaar gevangenisstraf of een forse geldboete. Daarnaast regelt de wet de bevoegdheden die opsporingsambtenaren hebben. Bij een vermoeden dat er illegale medicijnen worden geïmporteerd, mag een vrachtwagen bijvoorbeeld onderzocht en gecontroleerd worden.

Ook het 'gewone', commune strafrecht (op basis van het Wetboek van Strafrecht) kent delicten die economisch van aard kunnen zijn. Voorbeelden hiervan zijn valsheid in geschrift of bedrieglijke bankbreuk (fraude bij een faillissement). Deze misdrijven vallen niet onder de Wet op de Economische Delicten.


Externe links

wettekst Wet op de economische delicten

Gerelateerde onderwerpen

Persoonlijke instellingen