Wet ruimtelijke ordening

Uit Wiki handhaving

Ga naar: navigatie, zoeken

De Wet ruimtelijke ordening (afgekort: Wro) is op 1 juli 2008 in werking getreden. De Wro vervangt de Wet op de Ruimtelijke Ordening (afgekort: WRO) die op 1 augustus 1965 in werking trad.

Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening zijn een aantal zaken veranderd in de Nederlandse ruimtelijke ordening. Provincies hoeven niet meer de bestemmingsplannen van gemeenten goed te keuren, maar moeten van tevoren aangeven welke provinciale belangen geborgd moet worden in de bestemmingsplannen. Daarnaast moeten gemeenten voor hun hele grondgebied bestemmingsplannen maken. In gebieden waarin een lage dynamiek verwacht wordt, mag worden gekozen voor een beheersverordening in plaats van een bestemmingsplan. In een beheersverordening wordt de bestaande situatie vastgelegd.

Inhoud

Doelen

Nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening teneinde:

  • een duurzame ruimtelijke kwaliteit te bevorderen
  • de positie van het bestemmingsplan te versterken
  • de doelgerichtheid en doeltreffendheid van het ruimtelijk beleid te vergroten
  • de ruimtelijke regelgeving te vereenvoudigen

Instrumenten

p.m.

Handhaving

Sinds 2004 is de Wet op de economische delicten (Wed) van toepassing op overtreding van bestemmingsplanvoorschriften en daarmee samenhangende overtredingen. Onder de oude WRO was een bepaling in het bestemmingsplan dat overtreding was verboden een voorwaarde. In de nieuwe Wro is in artikel 7.10 een algemeen verbod opgenomen. Naast een subject gerichte (punitieve) sanctie met toepassing van de Wed kan, eventueel in samenhang daarmee, ook een object gerichte (reparatieve) sanctie worden toegepast in de vorm van bestuursdwang danwel een dwangsom.

Ontstaansgeschiedenis

De Woningwet in 1901 introduceerde het (gemeentelijke) uitbreidingsplan, waarbij grond wordt aangewezen die in de naaste toekomst voor de aanleg van straten, pleinen en grachten is bestemd. Aan dit plan waren geen directe rechtsgevolgen verbonden. Overtreding van dit plan was niet strafbaar. En er kon niet met bestuursdwang (toen nog politiedwang geheten) een einde gemaakt worden aan bebouwing en gebruik in strijd met dit plan. Alleen door twee indirecte sancties, door het opleggen van een bouwverbod en het toepassen van de onteigeningsmogelijkheid, kon toen het uitbreidingsplan worden gehandhaafd.

Door wijziging van de Woningwet in 1921 werd het uitbreidingsplan verruimd. Het werd een plan waarbij de bestemming voor de naast toekomst voor de in dat plan begrepen grond in hoofdaak wordt aangewezen. Hier ontstond het zogenaamde plan in hoofdzaak. Er kwam een preventieve sanctie: afwijking van een goedgekeurd (door provincie) uitbreidingsplan werd een verplichte weigeringsgrond voor de bouwvergunning.

Door wijziging van de Woningwet in 1931 werd voortaan onderscheid gemaakt tussen het uitbreidingsplan in hoofdzaak (PIH) en in onderdelen (PIO). Beide plannen konden naast elkaar bestaan. Voortaan konden ook bebouwingsvoorschriften worden gegeven. Het instrument streekplan werd hier ook geïntroduceerd.

Na tijdelijke regelingen in de periode van de Tweede Wereldoorlog, kwam er in 1950 de Wet nationale plan en streekplannen. Hiermee werd de basis gelegd voor rijksplanologie en zelfstandige ruimtelijke wetgeving.

In 1962 werd de Woningwet van 1901 vervangen door de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) en de nieuwe Woningwet. Nieuw in de WRO was niet alleen het bestemmingsplan, en de mogelijkheid om gebruiksvoorschriften op te nemen, maar ook het structuurplan, de aanlegvergunning, de wijzigings- en uitwerkingsmogelijkheden, de vrijstellingmogelijkheid, het voorbereidingsbesluit, de exploitaitieverordening en een schadevergoedingsregeling.

In 1985 is de WRO op een aantal punten gewijzigd. Er kwam de mogelijkheid van globale eindbestemmingen en de procedure van bestemmingsplannen werd verkort.

In 1994 is de WRO aangepast aan de systematiek van de toen ingevoerde Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het Kroonberoep werd vervangen door beroep op de Afdeling (bestuurs)rechtspraak van de Raad van State. Er kwam ook een Nimby-regeling (Nimby = Not in my backyard) en een regionaal structuurplan.

De WRO werd voorts gewijzigd in 1995, 1998, 2000, 2002, 2004, 2005 en 2006.


De nieuwe Wro is het resultaat van een lange weg. In mrt. 2000 publiceerde het ministerie van VROM de Discussienota Fundamentele Herziening Wet Ruimtelijke Ordening. Daarin zijn als knelpunten benoemd:

  • het ontbreken van efficiënte sturingsinstrumenten op rijks- en provinciaal niveau
  • de vermenging van visie en juridisch beninden normen
  • het ontbreken van een goed doorwerkingsmechanisme van rijksplanologisch beleid
  • het niet actueel zijn van veel bestemmingsplannen
  • de gebrekkige handhaving
  • de onoverzichtlijkheid van procedures en rechtsbescherming

In sept. 2001 publiceerde de toenmalige minister van VROM het Voorontwerp van de Wet ruimtelijke ordening.

In febr. 2006 heeft de Tweede Kamer ingestemd met het wetsvoorstel voor de nieuwe Wro.

Op 1 juli 2008 zijn de Wro en het Bro (deels) in werking getreden. Op 1 juli 2009 zal het (digitale) deel van de Bro in werking treden.

(Toekomstige) wetswijzigingen

p.m.

Gekoppelde regelingen

Externe links

Gerelateerde onderwerpen

Persoonlijke instellingen